IMPREGNEREN GEVELS
Bij langdurige beregening kan soms vochtdoorslag optreden. Het grootste deel van het doorslaande water dringt via de voegen door het metselwerk. Langdurige vochtbelasting van metselwerk kan aanleiding zijn tot schimmelvorming, vervuiling en vorstschade. Door bevriezing van het vocht aan de oppervlakte kunnen steen scherven en voegdelen afvriezen. Verder kan een vochtige gevel leiden tot vervuiling en de aangroei van algen en mossen.
Door impregneren van het metselwerk met een hydrofobeermiddel kunnen vochtproblemen worden opgeheven of voorkomen en Energieverlies als gevolg van droogstoken en door optimalisering van decisolatiewaarde, wordt gereduceerd.
Indien tot impregneren met een hydrofobeermiddel wordt besloten, dan moet de gehele gevel worden geïmpregneerd. Bij gedeeltelijk impregneren van metselwerk bestaat er kans dat vocht via het niet-geïmpregneerde deel achter de waterwerende laag van het geïmpregneerde deel terecht komt. Doordat dit vocht langer in de steen aanwezig blijft, kan dit voor vorstschade zorgen.
De te impregneren gevel moet gaaf en schoon zijn zonder doorgaande scheuren. Scheuren breder dan 0,1 mm moeten vooraf worden gerepareerd. Door de waterwerende behandeling neemt de vochtbelasting op scheuren en naden juist toe omdat het metselwerk zelf geen water meer absorbeert. Hierdoor kan lekkage of vorstschade ontstaan. Doordat meer water over het geveloppervlak loopt na de behandeling kan zwak voegwerk worden uitgespoeld. Het voegwerk moet daarom vooraf op onvolkomenheden worden gecontroleerd. Vervuiling van het metselwerk kan de indringdiepte van het hydrofobeermiddel beperken en zo de waterwerende werking aantasten. Vervuild metselwerk dus vooraf reinigen.
Garantietermijn: 10 jaar

